Klik hier om de nieuwste flashplayer te downloaden.

Nieuwsoverzicht
« 1 | 2 | 3 | 4 | 5 »
donderdag 30 april 2015
Skilwinkel helpt verenigingen

vrijdag 12 september 2014
De Grote Clubactie 2014

donderdag 10 juli 2014
WK 2014 - geen verlies maar toch niet naar de finale

donderdag 2 februari 2012
Belangrijke tips als je wilt gaan schaatsen op natuurijs

woensdag 14 december 2011
Bent u al SneeuwFit?

donderdag 10 februari 2011
Sport-netwerk.nl

zondag 23 januari 2011
10 aandachtspunten voor sporters met griepverschijnselen:

maandag 10 januari 2011
Voor sporter met zwakke enkels nu spierversterkende oefeningen online beschikbaar


nieuws \ laatste nieuws
« 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 »


woensdag 19 mei 2010
Erica Terpstra

Erica Terpstra: afscheid van een hooggewaardeerde ambassadrice die intern steken heeft laten vallen

Erica Terpstra neemt vandaag - 18 mei 2010 - na zes-en-een-half jaar afscheid als voorzitter van NOC*NSF. Hoe heeft zij het er in die periode in die functie eigenlijk vanaf gebracht? Om dat te achterhalen is Sport Knowhow XL op 26 april 2010 gestart met een on line enquête. Tot 10 mei 2010 kon daaraan worden deelgenomen. Bijna 300 mensen hebben dat gedaan.

Erica Terpstra neemt vandaag - 18 mei 2010 - na zes-en-een-half jaar afscheid als voorzitter van NOC*NSF. Hoe heeft zij het er in die periode in die functie eigenlijk vanaf gebracht? Om dat te achterhalen is Sport Knowhow XL op 26 april 2010 gestart met een on line enquête. Tot 10 mei 2010 kon daaraan worden deelgenomen. Bijna 300 mensen hebben dat gedaan.

De deelnemers aan de enquête vormen een gezelschap met een zeer gevarieerde achtergrond. De grootste groep respondenten bestaat uit medewerkers of bestuursleden van sportbonden (21% van de respondenten), naast medewerkers of bestuursleden van ‘overige sportorganisaties’ (15%), mensen werkzaam in het bedrijfsleven (15%), bij de overheid (10%) en in het onderwijs (9%) alsmede medewerkers of bestuursleden van sportverenigingen (10%). Ook 16 medewerkers of bestuursleden van NOC*NSF hebben meegedaan aan de enquête.

De groep respondenten is in samenstelling niet alleen rijk gevarieerd, zij bleek ook erg betrokken bij het onderwerp getuige de mate waarin de respondenten uitgebreide antwoorden hebben gegeven op de zogeheten ‘open vragen’. Alleen een studie daarvan geeft al een uniek en zeer waardevol inkijkje in de visie van veel nauw betrokken medewerkers en bestuursleden op de toekomst van de georganiseerde sport in Nederland in het algemeen en die van NOC*NSF in het bijzonder.

Dit enquêteverslag heeft de volgende vier onderdelen:
1. een beschrijving van de antwoorden op de vragen met gesloten antwoordcategorieën;
2. een beschrijving van de antwoorden op de ‘open vragen’;
3. een beschrijving van enkele interessante kruisverbanden (antwoorden van categorieën respondenten op de vragen);
4. een korte samenvatting met conclusies gevolgd door een uitgebreide slotbeschouwing van Sport Knowhow XL met daarin aandacht voor 'actuele kwesties'.


1. Antwoorden op vragen met ‘gesloten’ antwoordcategorieën

Erica als ambassadrice
De eerste vraag luidde hoe Erica Terpstra de algemene belangen van de sport in Nederland verdedigd en uitgedragen heeft, in de vraagstelling samenvattend aangeduid als de ‘ambassadeursfunctie’. Ruim de helft van de respondenten vindt dat zij dat ‘heel goed’ heeft gedaan, ruim een derde deel beoordeelde dit als ‘goed’. Iets meer dan tien procent kwam uit op de antwoordcategorie ‘niet goed en niet slecht’. Slechts zeven respondenten vond dat Terpstra de ambassadeursfunctie ‘slecht’ had uitgedragen en drie van hen vond zelfs dat zij dat ‘heel slecht’ had gedaan.

Erica als belangenbehartiger van de leden
Daarna werd gevraagd hoe Erica Terpstra de belangen van de leden van NOC*NSF (ofwel de sportbonden) behartigd had. 7,5% van de respondenten had hier ‘geen mening’ over of ‘wist het niet’. Van de overige respondenten vond iets minder dan de helft dat Terpstra de belangen van de leden goed (41%) of ‘heel goed’ (6%) had behartigd. Een derde van de respondenten was van oordeel dat zij dat ‘niet goed en niet slecht’ had gedaan. En één op de vijf respondenten met een mening hierover vond dat Terpstra de belangen van de bonden ‘slecht’ (16%) of zelfs ‘heel slecht’ (3%) had behartigd.

Erica als bestuurlijk leidinggevende en toezichthouder
Vervolgens is aan de respondenten gevraagd hoe Erica Terpstra leiding heeft gegeven aan en/of toezicht heeft gehouden op de werkorganisatie NOC*NSF. Bijna 18% van de respondenten had hier ‘geen mening’ over of ‘wist het niet’. Van de overige respondenten vond ruim een derde dat Terpstra dat ‘slecht’ had gedaan en 8% koos zelfs voor de kwalificatie ‘heel slecht’. Iets minder dan een derde deel van de respondenten was neutraal in het oordeel over de vraag hoe Terpstra leiding gaf aan en/of toezicht hield op de werkorganisatie NOC*NSF (‘niet goed en niet slecht’). Tot slot vond 23% dat zij dat ‘goed’ gedaan had en 3% zelfs ‘zeer goed’.

Erica’s rapportcijfer
Daarna hebben de respondenten de beschreven drie aspecten van het functioneren van Erica Terpstra als voorzitter van NOC*NSF naar eigen inzichten gewogen naar belangrijkheid. Vervolgens hebben zij op grond daarvan een gemiddeld rapportcijfer aan haar gegeven. Bijna tweederde deel van de respondenten gaf Terpstra een 7 (30%) of een 8 (33%). Doordat verder beduidend meer respondenten uitkwamen op een 6 (12%), 5 (7%) of lager (8%) dan op het cijfer 9 (10%) of 10 (1%) bedroeg het uiteindelijke gemiddelde oordeel van de respondenten over het algehele functioneren van Erica Terpstra in de vorm van een rapportcijfer krap boven de 7 (om precies te zijn 7,06).

Beoordeling


Aantal respondenten

Erica’s ranking ten opzichte van haar voorgangers
Aan de respondenten is ook gevraagd aan te geven welke van de laatste vier voorzitters van NOC*NSF het volgens hen het beste gedaan had. De keuze bestond uit Wouter Huijbregtsen (vanaf 1990 voorzitter NOC; van 1993-1998 van NOC*NSF), Joop van der Reijden (interim-voorzitter van medio 1998 t/m eind 1999; overleden in februari 2006), Hans Blankert (voorzitter van eind 1999 tot eind 2003) en – uiteraard – Erica Terpstra zelf (voorzitter van eind 2003 tot medio 2010). Liefst een derde deel van de respondenten heeft zich niet aan deze – misschien wel ‘onmogelijke’ - vergelijking willen wagen. De respondenten die dat wel deden kozen in overgrote mate (62%) voor Erica Terpstra. Op de tweede plaats eindigde Wouter Huijbregtsen (19%), gevolgd door respectievelijk Hans Blankert (11%) en Joop van der Reijden (8%).



2. Antwoorden op ‘open vragen’

Erica’s ambassadeurschap nader beschouwd
De vragenlijst bevatte ook een aantal zogeheten ‘open vragen’ waarop in grote getale is geantwoord. Zo gaven liefst 240 van de 283 respondenten antwoord op de vraag wat Erica Terpstra als voorzitter van NOC*NSF in het bijzonder uitstekend gedaan heeft. Bij deze antwoorden voert één term de absolute boventoon: ‘enthousiasme’ of varianten op deze kwalificatie. Door liefst 75 respondenten werd deze eigenschap van Erica Terpstra in positieve zin genoemd. Een andere term die in die zin veel (36 keer) gebruikt is: ‘ambassadeurschap’. Kennelijk om het antwoord op de eerste (gesloten) vraag van de enquête kracht bij te zetten werd bij deze open vraag nog eens door veel mensen benadrukt dat Erica Terpstra als voorzitter van NOC*NSF de sport in het algemeen in hun ogen goed vertegenwoordigd heeft. Voor wie alle antwoorden op deze vraag wil bekijken, klik hier.

Wat had Erica anders (of niet) moeten doen?
Een volgende ‘open vraag’ luidde: ‘Wat had Erica Terpstra als voorzitter van NOC*NSF in uw ogen daarentegen vooral anders (of niet) moeten doen?’ Op deze vraag gaven 221 respondenten antwoord. Een groot deel daarvan betrof een toelichting op de vragen over het tweede en derde aspect van haar functioneren als voorzitter (de belangenbehartiging van de leden (bonden) en het toezicht houden op en leiding geven aan de werkorganisatie NOC*NSF). Vooral kleinere, niet-olympische bonden bleken ontevreden over de wijze waarop Erica Terpstra met hun belangen is omgegaan. Daarnaast zijn de nodige opmerkingen gemaakt over de kerntaken waartoe NOC*NSF zich meer zou moeten beperken. Verder werden interne strubbelingen bij NOC*NSF haar door sommige respondenten aangerekend. Zoals iemand het verwoordde: ‘interne organisatie is niet haar sterke punt. Zij had het door anderen beter moeten laten regelen.’ En iemand anders merkte op: ‘Erica is een groot inspirator, maar geen groot organisator. Daar had het hele bestuur en directie meer rekening mee moeten houden en Erica had dat zelf beter moeten inzien.’ Tot slot waren er nogal wat respondenten – een kleine tien – die het radio-interview afkeurden dat Erica Terpstra tijdens de Winterspelen in Vancouver aan Edwin Evers van radio 538 gaf terwijl zij hoorbaar te veel alcohol had gedronken. Voor wie alle antwoorden op deze vraag wil bekijken, klik hier.

Wat moet André’s topprioriteit worden?
Min of meer als positieve variant op de vorige vraag (wat had Erica Terpstra anders (of niet) moeten doen) was de volgende vraag van de enquête: ‘Waar moet André Bolhuis als nieuwe voorzitter van NOC*NSF zich volgens u vooral sterk voor maken? Wat moet zijn topprioriteit worden?’ Ook op deze vraag is door het overgrote deel van de respondenten (238 van de 283) geantwoord, soms zelfs zeer uitgebreid. Opvallend veel respondenten – meer dan dertig – noemden (o.m.) de uitvoering van het Olympisch Plan 2028 als topprioriteit voor André Bolhuis. Daarnaast waren er tientallen pleidooien in allerlei varianten om NOC*NSF anders te organiseren en te laten functioneren. Veel respondenten willen sowieso dat NOC*NSF kleiner wordt, mede om daarmee de ongewenste overmacht van de sportkoepel ten opzichte van de sportbonden te verkleinen of zelfs op te heffen. Maar ook om de activiteiten van NOC*NSF te beperken tot waar die volgens veel respondenten primair voor bedoeld zijn: diensten verlenen aan de sportbonden. Om dat te realiseren zou het volgens sommige respondenten helpen als NOC en NSF ontkoppeld zouden worden. Voor wie alle antwoorden op deze vraag wil bekijken, klik hier.

3. Interessante kruisverbanden
In dit kader is het meest interessant om te zien wat de verschillende categorieën respondenten hebben geantwoord op de verschillende vragen. Mensen werkzaam bij de overheid bleken relatief het meest enthousiast over de wijze waarop Erica Terpstra de algemene belangen van de sport in Nederland verdedigd en uitgedragen heeft (de ‘ambassadeursfunctie’); bijna 61% van deze groep respondenten vond dat zij dat ‘heel goed’ gedaan had. Ook 56% van de bestuursleden of medewerkers van bonden was die mening toegedaan.

De helft van de bestuursleden of medewerkers van NOC*NSF antwoordde neutraal (‘niet goed en niet slecht’) op de vraag hoe Erica Terpstra de belangen van de leden van NOC*NSF behartigd had. Vertegenwoordigers van de bonden zelf waren daar verdeeld over; 39% van hen vond dat zij die belangen ‘goed’ behartigd had, een derde deel antwoordde neutraal (‘niet goed en niet slecht’) en 17% vond dat zij dat ‘slecht’ gedaan had.

De respondenten waren ongeacht hun achtergrond tamelijk eensluidend in hun oordeel over de wijze hoe Erica Terpstra leiding heeft gegeven aan en/of toezicht heeft gehouden op de werkorganisatie NOC*NSF; de antwoordcategorie ‘slecht’ is door bijna alle groepen respondenten het vaakst aangekruist. Alleen mensen werkzaam in het bedrijfsleven hebben iets vaker gekozen voor de kwalificatie ‘niet goed en niet slecht’.

Interessant is uiteraard ook om te zien welk rapportcijfer de onderscheiden categorieën respondenten hebben gegeven aan Erica Terpstra, waarbij zij de beschreven drie aspecten van haar functioneren naar eigen inzichten hebben gewogen naar belangrijkheid. Bestuursleden of medewerkers van de sportbonden kwamen uit op een 6,8; zij worden gevolgd door vertegenwoordigers van ‘overige sportorganisaties’ (6,9), mensen werkzaam in het bedrijfsleven (7,0) en bestuursleden of medewerkers van NOC*NSF (7,2). Respondenten werkzaam bij de overheid gaven het hoogste cijfer: een 7,4.

4. Samenvatting, conclusies en slotbeschouwing
Feitelijk neemt de sportwereld afscheid van een NOC*NSF-voorzitter met twee gezichten. Ten eerste van Erica Terpstra als enthousiast en in veler ogen eminent ambassadrice van de sport. Ten tweede van Erica Terpstra die het met dat ambassadeurschap zo druk had dat zij minder tijd leek te hebben voor de belangen van de sportbonden en nog minder voor de interne verhoudingen en werkstructuur binnen de nationale sportkoepel. Als zij alleen beoordeeld zou worden op het ambassadeurschap, dan zou zij onomstotelijk de geschiedenis in gaan als de beste voorzitter van NOC*NSF ooit, een prestatie die door misschien wel door niemand daarna geëvenaard zou worden.

Saillant is dat zij aan de ene kant door de meeste respondenten echter sowieso hoger wordt aangeslagen dan haar meest recente voorgangers, maar dat dit aan de andere kant niet zo duidelijk tot uitdrukking komt in het gemiddelde rapportcijfer dat zij krijgt van de respondenten: net aan een 7, een ruime voldoende maar meer ook niet. De vraag is dan ook gerechtvaardigd waarom de sportwereld kennelijk (nog) minder tevreden was over het functioneren van haar voorgangers. In lijn daarmee bieden de resultaten van de enquête genoeg voedsel voor het antwoord op de vraag hoe het voorzitterschap van NOC*NSF in de toekomst ingevuld zou moeten worden. De enquêteresultaten – met name de antwoorden op de open vragen - geven sowieso heel veel suggesties daarvoor.

Hoewel het voorzitterschap van NOC*NSF officieel geen full time job is, bleek dat niet uit de manier waarop Erica Terpstra er op haar kenmerkende wijze invulling aan gaf: letterlijk van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Zij werd op die manier hét gezicht van NOC*NSF en daarmee dat van de Nederlandse sportwereld. Maar hoort de voorzitter die functie op zo’n manier te vervullen? En zou het voor een groot deel beperkt moeten blijven tot een ambassadeurschap of zou de voorzitter ook alle macht in handen moeten hebben? Wat is er precies weggelegd voor de directeur, die niet alleen in theorie maar ook in de praktijk zijn functie full time vervult (en daarvoor navenant beloond wordt)? Hoe moeten we gezien de regelmatig terugkerende interne strubbelingen bij NOC*NSF de functionele relatie tussen de voorzitter en de directie van de sportkoepel duiden? In eenvoudige taal: wie was nu eigenlijk de baas? Was dat de voorzitter en voerde de directie vooral bestuurlijke orders uit? Of bepaalt de directie in grote lijnen (mede) het beleid en wordt dat slechts gecontroleerd door het bestuur? Of was er sprake van een mengvorm, al naar gelang het onderwerp verschilt?

Mogelijk dat de antwoorden op deze vragen één van de oorzaken is geweest van de interne problemen bij NOC*NSF, we kunnen er voor een deel slechts naar gissen. Hoewel, een reactie van een ingewijde van de sportkoepel op vraag 6 ('Wat had Erica Terpstra anders (of niet) moeten doen?') luidde letterlijk: ‘binnen N*N dominant en ad hoc overgaan tot acties binnen haar eigen plannenlijn. Lang niet altijd in lijn met bestaande route of inzichten, eerder gemaakte afspraken binnen organisatie. Kortom onmogelijk om als collega te hebben’. Bovendien, de harde feiten liggen er. In de periode dat Erica Terpstra voorzitter was van NOC*NSF zijn er drie directeuren op uiteenlopende wijzen ‘gesneuveld’. Eerst in 2004 Ronald Kramer als directeur ‘breedtesport’. Zijn opvolger Theo Joosten maakte als hoofd van deze afdeling geen deel meer uit van de directie. Zou die functiedegradatie de directe aanleiding geweest zijn van de ogenschijnlijk mindere betekenis die NOC*NSF aan de breedtesport gaf en daarmee aan de belangen van de niet-olympische bonden? Of kwam dat mede doordat na het vertrek van Joosten de functie door verschillende ‘interims’ vervuld werd in plaats van door een directielid met stevige bevoegdheden?

We maken een sprongetje naar 2008. Toen werd ook voor de buitenwereld pijnlijk duidelijk dat de persoonlijke verhoudingen tussen de twee overgebleven directeuren Theo Fledderus en Marcel Sturkenboom al jaren veel te wensen over had gelaten. Het personeel van NOC*NSF bleek zelfs interne memo’s aan het bestuur te hebben gestuurd waarin het klaagde over de gevolgen die de slechte verstandhouding voor het functioneren van de organisatie in het algemeen en de medewerkers in het bijzonder had. Die noodkreet aan het bestuur sorteerde kennelijk geen effect. Want vervolgens stuurde het personeel een brief naar toenmalig staatssecretaris Jet Bussemaker (!) met het verzoek om bij NOC*NSF eens ‘polshoogte’ te komen nemen…

Of zij dat inderdaad gedaan heeft, weten we niet. Wel dat in het najaar van 2008 Marcel Sturkenboom plotseling op staande voet werd ontslagen. Kort daarop trok NOC*NSF een interim-directeur aan: Ton van de Wiel. Hij zou een jaar en drie maanden – wat nogal lang is voor een interim – op zijn post blijven; begin 2010 is Van de Wiel vertrokken.

Rond die tijd werd eindelijk ook naar buiten gebracht wat al heel lang in de lucht hing, mogelijk zelfs sinds het ontslag van Sturkenboom: het vertrek van Theo Fledderus. De officiële lezing van NOC*NSF is dat Fledderus zelf ontslag nam, maar achter de schermen is door een groot aantal doorgaans goed geïnformeerde mensen – bondsdirecteuren, bondsvoorzitters, journalisten van landelijke dagbladen, vakbondsvertegenwoordigers, zelfs door sportmarketeers – de afgelopen weken druk gespeculeerd en gediscussieerd over de exorbitante afkoopsom (naar verluidt van 600.000 tot 800.000 euro) die met het vertrek van Fledderus gepaard schijnt te zijn gegaan. Uiteindelijk besloten De Telegraaf en het Algemeen Dagblad er afgelopen zaterdag (15 mei) een nieuwsbericht aan te wijden.

Enkele dagen eerder – zo rond 10 mei jl. - hebben sportbonden bij het bestuur van NOC*NSF per e-mail om opheldering over deze kwestie gevraagd. Zij stellen dat zij kennelijk verkeerd zijn voorgelicht over het vertrek van Fledderus en ook dat zo’n afkoopsom onacceptabel is. Het laat zich aanzien dat de bonden pas vandaag - dinsdag 18 mei - tijdens of voorafgaand aan de Algemene Ledenvergadering van NOC*NSF hun vragen beantwoord zullen zien worden.

Als de hardnekkige geruchten over de afkoopsom in een later stadium waar blijken te zijn, is interessant hoe dit in de jaarrekening van NOC*NSF verwerkt zal worden. Een indicatie daarvan geeft een memo - gedateerd 8 april 2010 - van de Financiële Commissie van de sportkoepel betreffende een advies van deze commissie over de jaarrekening van NOC*NSF over het jaar 2009. Daarin staat letterlijk:

"De Financiële Commissie heeft kennis genomen van het aangekondigde terugtreden van de algemeen directeur (per 1 mei 2010) en begrijpt dat de financiële gevolgen van dit vertrek verwerkt zullen worden in de exploitatierekening 2010. De Penningmeester benadrukt dat dit geen consequenties heeft voor de vastgesteld begroting 2010."

Hieruit kan de conclusie worden getrokken dat Fledderus (inderdaad) niet op de gangbare wijze ontslag heeft genomen. Want in dat geval zou zijn vertrek geen ‘financiële gevolgen’ hebben. Zijn vertrek heeft dat dus wel, maar dat heeft volgens het memo van de Financiële Commissie geen invloed op de begroting 2010. Dat betekent dat de kosten die zijn vertrek met zich meebrengen op de een of andere manier financieel gecompenseerd worden met een andere (lagere) kosten- of (hogere) opbrengstenpost.

Als de berichten over de hoogte van de afkoopsom kloppen, dan is dat een krankzinnig hoog bedrag. Als de bekende kantonrechtersformule als basis zou zijn genomen om de hoogte van de ontslagvergoeding te bepalen, dan komt er in deze case – onafhankelijk van aan wie het ontslag te wijten zou zijn – een bedrag uitrollen dat enkele tonnen lager ligt. Daar mag niet te licht over geoordeeld worden. Geld van NOC*NSF kan je in zekere zin beschouwen als ‘gemeenschapsgeld’. Geld dat primair bedoeld is voor de sport in Nederland. De sport in Nederland wordt hiermee dus ernstig tekort gedaan.

Het ontslag van Sturkenboom, de aanstelling van de interims Van de Wiel en ook Gerben Eggink (al anderhalf jaar ‘kwartiermaker’ van het Olympisch Plan) en het al dan niet met een afkooppremie afgedwongen vertrek van Fledderus heeft bij elkaar naar schatting enkele miljoenen euro’s gekost. Mogelijk dat dit mede de aanleiding vormde voor de vreemde move die het bestuur van NOC*NSF in de najaarsvergadering van 2009 maakte. Dat bestuur stelde toen aan de leden (sportbonden) voor om 2,8 miljoen uit de Lotto-gelden te reserveren voor een afkoopregeling van de pensioenen van 140 NOC*NSF-medewerkers. Terwijl Lotto-gelden toch bedoeld zijn voor sportontwikkeling... Het behoeft geen betoog dat dit voorstel de stemming niet gehaald heeft en in een later stadium deels tot de recente opstand van de bonden tegen het beleid van de sportkoepel heeft geleid.

Wellicht dat ook dat de grote financiële tekorten van twee megaprojecten van NOC*NSF tot het ‘bijzondere’ bestuursvoorstel geleid hebben: het zogeheten Cross Media Platform (in het kader van Nederland Sportland Digitaal) en de Sportpas. De jaarrekening van de Stichting Nationale Sportpas 2009 rapporteert een negatief werkkapitaal van € 2.467.000 en een negatief eigen vermogen van € 3.681.000. Saillant en niet onbelangrijk detail: Theo Fledderus is (sinds 10 juni 2003) commissaris bij de Da Vinci Groep BV, het bedrijf dat van NOC*NSF eerder opdracht had gekregen om Nederland Sportland Digitaal te helpen ontwikkelen en/of uit te voeren. Ook nadat Fledderus er commissaris werd, heeft de Da Vinci Groep BV betaalde opdrachten van NOC*NSF uitgevoerd. Het is op zijn minst heel bijzonder dat het bestuur van NOC*NSF deze vorm van belangenverstrengeling kennelijk heeft goedgekeurd en heeft laten voortbestaan.

Terpstra en Fledderus kregen overigens een standje van de Financiële Commissie. In de eerder aangehaalde memo van deze commissie van 8 april jl. staat ‘dat zij van mening is dat bestuur en directie de bewaking van projectkosten op managementniveau duidelijker moet formuleren en vervolgens naleven en dat van ‘management override’ geen sprake mag zijn.’ Dit omdat ‘voor drie grotere projecten – Olympisch Plan, Ambition en Cross Mediaal Platform – verplichtingen cq. uitgaven gedaan zijn voordat de funding van deze projecten dekkend en geformaliseerd was.’

Het lijkt nu misschien net alsof er bij NOC*NSF alleen maar dingen mis zijn gegaan. Rampen, conflicten en ongewenste belangenverstrengelingen worden nu eenmaal vaak – wellicht op onevenredige wijze – uitvergroot. Dat betekent niet dat er bij NOC*NSF ook heel veel moois tot stand is gekomen onder het voorzitterschap van Erica Terpstra, mede te danken aan haar niet aflatende inzet en niet in de laatste plaats aan dat van het hoog gekwalificeerde personeel van NOC*NSF. Zelf noemt de sportkoepel bij monde van woordvoerder Geert Slot als hoogtepunten van de afgelopen jaren:
- de uitzending van de Olympische Ploeg naar Beijing 2008 waarbij vanaf het begin in volledige openheid de hele ploeg is voorgelicht over ‘het China van 2008’ inclusief de mensenrechtenproblematiek;
- Papendal staat als Nationaal Sportcentrum weer op de kaart, inclusief OTC (Olympisch Topsport Centrum) en een sterk Hotel en Congrescentrum;
- een volledige integratie van topsport door gehandicapten in sportbonden en NOC*NSF, inclusief de uitzending van de Paralympische ploeg door NOC*NSF zelf;
- de organisatorische integratie van de gehandicaptensport in sportbonden;
- opvangen van de bezuinigingen in de sport (2004) toen de structurele bijdrage van VWS voor alle bonden werd opgeheven; herstructurering verdeling Lotto middelen;
- een stevig geïmplementeerd beleid tegen seksuele intimidatie;
- invoering gedragscode Goed Sportbestuur en invoering van de minimale kwaliteitseisen voor sportbonden;
- goede 'performance' Olympische Ploegen inclusief kwalificaties daarvoor zonder noemenswaardige problemen.

Niet op de laatste plaats speelde (en speelt) NOC*NSF een cruciale rol bij de ontwikkeling van het Olympisch Plan 2028 dat in mei 2009 eerst door de sport goedgekeurd is, even later op 3 juli door het kabinet is overgenomen, en weer kort daarna door vele maatschappelijke organisaties is bevestigd en nu al een stevige beweging op gang gebracht heeft. Deelnemers aan de enquête van Sport Knowhow XL hopen dat André Bolhuis als opvolger van Erica Terpstra het Olympisch Plan 2028 als speerpunt van zijn beleid maakt. Het ligt voor de hand dat hij dat gaat doen. Maar zeker op een minder dominante en uitbundige wijze dan Erica Terpstra gedaan zou hebben als zij nog een poosje zou zijn aangebleven. Dat belooft ook de nodige ruimte voor de nieuwe directeur van Gerard Dielessen.

Hun eerste proeve van bekwaamheid hebben ze al laten zien, zij het in breder teamverband. Bolhuis en Dielessen maken naast twee bondsvoorzitters (Karin van Bijsterveld (KNLTB) en Martien van den Heuvel (KNHS)) en twee bondsdirecteuren (Ruud Bruijnis (KNVB) en Jan Kossen (KNZB)) deel uit van de zogeheten Taskforce die als officiële opdracht heeft: ‘ontwikkelen van een plan om te komen tot een hernieuwd evenwicht tussen sportbonden en NOC*NSF’. Dat blijkt uit hun Plan van Aanpak dat vandaag – 18 mei 2010 – wordt besproken tijdens de Algemene Ledenvergadering van NOC*NSF. Een en ander moet eind juli 2010 leiden tot een document waarin de kerntaken van NOC*NSF scherp afgebakend worden beschreven.

Daarnaast zal dan duidelijk worden op welke wijze en door wie invulling wordt gegeven aan die kerntaken. Dat zal naar verwachting gevolgen hebben voor ‘het profiel en de taken van het bestuur’, ‘de relatie van het bestuur met de leden en de wijze van invulling daarvan’ en ‘de rol van het bestuur ten opzichte van de professionele organisatie van NOC*NSF’. Het Plan van Aanpak gaat nog verder want wil zich ook gedetailleerd gaan buigen over de financiering en ‘gewenste balanspositie’ van NOC*NSF. Het plan staat voor de uitwerking van alles een strakke tijdsplanning voor die uiteindelijk 16 november a.s. zal moeten leiden tot een vaststelling ervan door de Algemene Ledenvergadering van NOC*NSF. Alles lijkt er op dat er bij NOC*NSF de komende zes maanden een paleisrevolutie met mogelijke ingrijpende veranderingen zal voltrekken. Klik hier voor de inhoud van het Plan van Aanpak van de Taskforce zoals op dinsdag 18 mei met de aanwezige sportbonden wordt besproken.

Sport Knowhow XL wenst Erica Terpstra tot slot veel geluk met al haar volgende activiteiten en de nieuwe tandem Bolhuis/Dielessen heel veel succes met al hun werkzaamheden!

door: Peter Hopstaken, Sport Knowhow XL




Emailadres:
Wachtwoord:
aanmelden

DigiSport.nl doorzoeken   


© 2007-2017 by Cognito Concepts
Contact | Voorwaarden | Disclaimer |